Oogsten van noten

Het oogsten van noten vindt jaarlijks plaats tussen september en november. Dit gebeurt als de bolsters splijten en de donkere en vochtige noten tevoorschijn komen. De walnotenbomen worden geschud, zodat de noten op de grond vallen. Vervolgens worden de noten geraapt en gewassen voordat zij worden gedroogd. Dit laatste geldt niet voor verse noten, die men niet droogt en direct consumeert.

Voor de noten van Grenoble (AOP)wordt de oogstdatum bepaald door een commissie, samengesteld uit producenten, telers en andere deskundigen. De bepaalde datum wordt aangekondigd via een officieel decreet. De noten worden geoogst als zij rijp zijn, dat wil zeggen wanneer de kernen stevig zijn en de noten gemakkelijk te kraken zijn. Verder moet het tussenschot in de noot volledig bruin zijn voor tenminste 80% van de te oogsten noten. Het drogen begint zo snel mogelijk en maximaal binnen 36 uur na de oogst.

Coopenoix en haar aangesloten telers oogsten jaarlijks gemiddeld 6.000 ton walnoten, waarvan ongeveer 250 ton als verse walnoten op de markt komt.

Een vleugje geschiedenis...

Rond 1927 schudden de telers van Grenoble-walnoten nog met lange stokken aan de boomtakken om te oogsten en worden de noten met de hand geraapt. Zij wassen de noten zorgvuldig voordat deze op maat worden gesorteerd, in overeenstemming met de richtlijnen van het federatiebestuur. De walnoten worden door plaatselijke syndicaten ingezameld en vandaar per ossenkar of soms al per vrachtwagen naar l’Albenc gebracht. In dit dorp ten westen vaan Grenoble, zetelde de Federatie. Bij aankomst worden de zakken gewogen onder toeziend oog van vertegenwoordigers van de syndicaten en iemand van de administratie van de Federatie. De plaatselijke syndicaten worden met contant geld uitbetaald en dat geld verdelen zij onder de telers uit hun regio. Deze werkwijze duurt tot in de jaren ’60 voort, waarna het contante geld wordt vervangen door bankcheques. Pas in de jaren ’70 worden de telers rechtstreeks uitbetaald, maar daarvoor moesten zij eerst een bankrekening openen.

Vanaf 1929 worden de noten in de werkplaats in Tullins afgeleverd. Hier worden eerst de noten die er niet goed uitzien, er uitgehaald. Aansluitend worden de noten mechanisch gewassen, gedroogd en op grootte gesorteerd. Tot slot worden zij in zakken van een halve kilo tot 50 kilo verpakt, voordat zij worden uitgeleverd.

In 1932 brengt de oogst 900 ton walnoten op. Daarvan wordt 625 ton gedroogd in de dop verkocht, 75 ton als verse noten en 200 ton ais gepelde walnoten.

De grootste oogsten worden in 1952, 1972, 1982 en 2006 behaald. Tussen 1990 en 2000 neemt de jaarproductie toe van 1.600 naar 3 300 ton.

In 2008 verwerkt COOPENOIX 6.000 ton noten, waaronder 250 ton verse walnoten, 5.600 ton gedroogde walnoten en 150 ton kernen.

De jaarlijkse toename van de oogsten is deels te verklaren uit het feit dat het oogstgebied verruimd is. Dat strekte zich aanvankelijk uit van Saint Marcellin tot aan Moirans, maar bestrijkt nu het hele Isère-dal van de Drôme tot aan de Savoie. Daarnaast nemen de oogsten toe door verbeterde bodembewerking en bomenonderhoud, dat onder meer tot grotere noten heeft geleid.

Bovendien werden er vroeger 40 tot 60 bomen per hectare geplant, die na 15 jaar noten leverden. Nu staan er meer dan 100 bomen op een hectare, die al na 5 jaar kunnen worden geoogst. Sinds 1980 is het oogsten volledig gemechaniseerd.